035 533 98 34 info@demess.nl

Doordesemd spreken in je moedertaal
met elegantie van een palimpsest,
waarin uit elke tijd en elk gewest
nuance schemert als een godenmaal

van connotaties, is iets anders dan
te denken dat je best goed Engels spreekt
op krukken als je een verweekt, gebleekt
gesprekje voert, gespeend van elk elan

Ilja Leonard Pfeijffer, ‘Sonnet in een verkochte taal’

Laten we het in het nieuwe jaar maar eens over de Taal hebben.
Onze Taal.
We mogen ons gelukkig prijzen dat het theater zo ongeveer het laatste podium is waarop onze mooie taal, waar we trots op mogen zijn, floreert.
Zo ook deMess.
Onze kleinkunstenaars zijn de laatsten der Mohikanen in een bittere strijd tegen de vervlakking door die verrekte, kromtalige verengelsing die op vele terreinen meedogenloos toeslaat.
En dan hebben we het niet over die paar musici van over de grens die in ons theater hun repertoire toelichten in hun moers taal. Of over zo’n incidenteel optredende Amerikaanse komiek als Greg Shapiro die afgelopen seizoen een intelligente avondvullende en uitstekend verstaanbare voorstelling gaf in perfect Engels. En niet dat steenkolentaaltje van 1500 woorden zonder nuance uit de management- en zakenwereld waarvan menigeen zich bedient om z’n interessantigheid en (vermeende) talenkennis zogenaamd te bewijzen. Wat te denken van de verschraling van universiteiten, toch de kweekvijvers van intellect, die zich met hun uitgeklede vorm van het Engels die diepgang suggereert meer en meer beperken tot het uitventen van platitudes.
Hoger en universitair onderwijs is gericht op verdieping, ideeënuitwisseling op het hoogste niveau, op zelfstandig denken en werken. Dat kun je het best leren in je moedertaal of tenminste de taal waarin je de middelbare school doorlopen hebt. Je moet een taal al goed onder de knie hebben om je er op academisch niveau gepassioneerd en fijnzinnig in te kunnen uitdrukken.
Of om met Ilja Pfeiffer te spreken: ‘Onderwijs in het Engels is verweekt en gebleekt onderwijs. Het is onderwijs op krukken’.

In onze een taal ligt ons leven gevat. Je kunt er je liefde in uitdrukken of troost uit putten, je eenzaamheid door overwinnen en je leed en verwondering in delen. Een taal is een thuis, met alle bescherming, warmte en soms ook frustratie en teleurstelling die een woning bieden kan. De uitdrukkingsvaardigheid in ons Nederlands zou ten diepste verbonden moeten zijn met de idee van burgerschap. Taal als burgerschapsideaal, kom daar in Nederland maar eens om. In onze polder heeft taal, helaas, vooral een nutsfunctie.

Laat ze dus maar komen, de Lonneke Dorts, de Rode Hordes, Mike Boddés, Janneke de Bijls, Daniëlle Schels, Pieter Verelsten, Paul van Vliets, Elke Vierveijzers, Mylou Frenckens, Bas Bonzen, Kees Vriends, Ronald Snijdersen, Jan P Pietersens, Suzanne Mateysens, de Lotte Velvets en vele anderen die de subtiliteit van hun ‘boodschap’ brengen in de enige taal die we in ons theater willen horen.

Wij wensen iedereen een buitengewoon talig Mess2020-jaar toe.